zondag 8 mei 2011

De moraal van een gifaffaire


Een toneelstuk over de gifdump van Trafigura?

Vijf jaar lang heb ik me als journalist bezig gehouden met deze affaire; maar een theaterstuk had ik er niet in gezien. In de kern leek het me zo'n groot cliché dat geen dramaturg er zich aan zou willen wagen. Zeg nou zelf: een rijke multinational die zijn gif dumpt in Afrika om een paar ton te verdienen, dat is een scenario van een b-film waarvan het plot snel verveelt.

Theatermaker en regisseur Eric de Vroedt denkt daar dus anders over. Gisteren, vrijdag 6 mei, was ik bij 'Liefde in tijden van gifaffires' ook wel mightysociety 9 genoemd. De Vroedt bereidt zijn voedsel rauw. De actualiteit in zijn theater spartelt nog na terwijl het gegeten wordt. Zijn vorige mightysociety nr 8 ging over Geert Wilders.

Op het eind van de avond wilde ik onder woorden brengen wat ik er van vond. Dat lukte slecht. Een mooie, gelaagde voorstelling waarin schitterend met beelden wordt gespeeld, zeker. Helden komen er niet in voor. Boeven ook niet. Of misschien ook weer wel, dat is onduidelijk. Kennelijk bestaat moraliteit niet. De waarheid trouwens ook niet. Dat beviel me niet helemaal, maar de juiste woorden kon ik niet vinden.

Theaterrecensent is een vak. Want Hein Janssen formuleert het de dag erop in de Volkskrant treffend en precies: 'De Vroedt zoekt achter iedere waarheid een onwaarheid, achter elke stellingname een twijfel, en dat slaat dood'.

Zo erg was het niet. Ik heb genoten en ook vaak gelachen. Maar met Janssen ben ik van mening dat de waarheid wel bestaat - of althans zou moeten bestaan - en dat het geen schande is een moraal te verdedigen; desnoods een diffuse.

Na afloop was er een 'sideshow' van experts, waarvoor ik gelukkig niet was gevraagd. Marrieta Harjono (Greenpeace) en Arend van Campen (olie-expert en zelfverklaard filosoof) weerden zich uitstekend tegen het cynisme van Karel Knip, wetenschapsjournalist van NRC-Handelsblad. En dat van Jaffe Vink, de conservatieve opiniejournalist die gretig Knips kant heeft gekozen.

Knip hield zich bewust niet bezig met moraliteit, zei hij. Zijn verhalen gingen over één klein aspect van de zaak; te weten de theoretische kans op dodelijke slachtoffers op basis van de papieren beschrijving van drie monsters van dat gif. Hij discussieert het liefst over zuurgraad, ook al gaat de realiteit daar niet over. Hij beschouwt de affaire door een sleutelgat alsof dat een panoramavenster is.

Het publiek vond dat onzinnig en ik ook - al jaren. Jaffe Vink wierp De Vroedt zelfs verontwaardigd tegen dat hij 'geen stuk gemaakt had over de chemie'. Ha! Daar hoefde die niet serieus op te reageren. Maar eigenlijk doet de schrijver/regisseur/theatermaker toch wel hetzelfde als Knip. Door een stuk dat vanzelfsprekend gaat over moraal, veiligheidshalve te ontdoen van elke moraal.

Ja, dáár gaat het nou precies over, roept een slimme theatermaker dan.
Maar dat vind ik dus iets te, eh, slim..


Jeroen Trommelen

vrijdag 12 november 2010

Makkelijk vak: opiniejournalist


Opiniejournalist Jaffe Vink ontving een prijs voor polemiek voor een artikel waarin hij zegt dat de ophef over de gifdump van de Probo Koala in Ivoorkust overdreven is. Dat schreef hij in 2007 trouwens ook al, in zijn blad Opinio dat toen nog lezers had en niet failliet was. Feiten draagt hij niet aan want opiniejournalisten doen niet aan feiten. Dat is jammer.

Onderstaand reactie schreef ik het Parool van vrijdag 12 november 2010.

Ps: wie zou die prijs trouwens hebben toegekend? Even kijken wie de jury was. Aha. Paul Cliteur en Pierre Vinken; neoconservatieve vrienden van Vink. Maar ook Hans van den Bergh (oud-Parool) en Barbara van Beukering (Parool). Nogmaals: jammer.


Slordig lezen; kwaadaardig schrijven

Opiniejournalist Jaffe Vink ‘klaagt de journalistiek aan’, schrijft hij op 6 november in een artikel over het gifschip Probo Koala waarvoor hij een polemiek-prijs van het Parool heeft gekregen. Die prijs kun je kennelijk krijgen door slordig te lezen en kwaadaardig en suggestief te schrijven.
Vink noemt de verslaggeving over de gifdump van Trafigura een journalistiek schandaal. ‘De media’ hebben volgens nooit verteld wat er in het afval zat. ‘De journalistiek’ heeft geen benul van chemie. Vink eindigt met een reeks retorische vragen, maar gezien zijn conclusies heeft hij het antwoord daarop niet nodig.

Naast het Parool en het NOS-journaal wordt de Volkskrant genoemd als schuldige partij, omdat die ‘eendrachtig is opgetrokken’ met Greenpeace en Amnesty International. Nu heb ik de affaire Trafigura vier jaar lang voor de Volkskrant verslagen. Ik verstrek de opinieman graag wat feiten.
De Volkskrant is niet ‘eendrachtig opgetrokken’ met Greenpeace en Amnesty – wat op zichzelf overigens geen schande zou zijn. De krant is, na drie jaar spitwerk en artikelen die alleen in de Volkskrant stonden, samenwerking aangegaan met de kwaliteitsmedia BBC Newsnight, The Guardian en de nieuwsrubriek van de Noorse nationale omroep NRK. Dat deden we omdat onze eigen puzzelstukken over de zaak samen één solide verhaal opleverde over wat multinational Trafigura in Nederland, Engeland, Noorwegen, Amerika en Ivoorkust rondom het giftransport had gedaan.
Omdat we wisten dat ook Greenpeace en Amnesty International belangrijke puzzelstukken in handen hadden, deelden wij onze informatie graag met hen - en vice versa. Zo konden we aantonen dat het bedrijf bij herhaling heeft gelogen over de aard van het afval en wel degelijk wist dat het uiterst schadelijk kon zijn voor mensen. De suggestie van twee handen op één buik is kwaadaardig omdat Vink de feiten kent. Die stonden in de krant.

Vink vraagt ‘waarom het Journaal niets uitzoekt’. Terwijl hij kan weten dat Saskia Dekkers voor het Journaal en Nova in Ivoorkust juist heel veel feiten heeft uitgezocht. ‘Waarom is er geen aandacht voor de Londense rechter die twintig experts heeft ingeschakeld?’ Antwoord: omdat openbaarmaking van die rapporten wordt tegengehouden door Trafigura – ik vraag er al jaren vergeefs om. ‘Waarom schrijft vrijwel niemand over angst voor gif?’ Dat deden de media juist volop, zoals ze ook meldden dat sommige Ivorianen zich ongetwijfeld ten onrechte voordoen als gedupeerden van de gifdump.
Je kunt theoretisch debatteren over wat er al op de vuilnisbelt van Abidjan lag vóórdat het gif van Trafigura daar bovenop gestort werd; welke reacties die stoffen onderling kunnen zijn aangegaan en op hoeveel mensen dit alles effect kan hebben gehad. Het werkelijk aantal zieken, doden of gedupeerden is vermoedelijk niet met zekerheid vast te stellen. Maar ik zou die onzekerheden niet gebruiken om het immorele, schandelijke gedrag van Trafigura goed te praten of te bagatelliseren zoals Jaffe Vink doet.

Het woord polemiek stamt van het Griekse woord voor oorlog. Het eerste slachtoffer van de oorlog is zoals bekend de waarheid. Dat Vink die bewust opoffert aan een rechts-modieus stuk tegen de milieubeweging en fatsoenlijke journalistiek, is jammer.

Jeroen Trommelen


vrijdag 18 september 2009

Trafigura en haar advocaten


In 2007 verblijft Claude Dauphin (directeur Trafigura, links) tijdelijk in een Ivoriaanse cel.

Volkskrant, 18 mei 2010:

Voor 3.000 euro: ‘geen schade aan gezondheid’

Negen vrachtwagenchauffeurs speelden in de nacht van 19 augustus 2006 een hoofdrol in illegale stort van Trafigura -afval in Ivoorkust. Maar direct na de dramatisch verlopen dumping van de vijfhonderd ton chemisch afval verdwenen ze van de radar. De kentekens van hun auto’s waren op de televisie geweest. Ze werden in één adem genoemd met oliehandelaar Trafigura dat het afval op zee had geproduceerd en naar Ivoorkust gebracht; met het incompetente bedrijfje Tommy dat voor de verwerking was ingeschakeld en met de corrupte havenautoriteiten, die het schandaal kennelijk bewust hadden laten gebeuren.
‘Men zag ons als moordenaars’, zegt Anan, de informele leider van de groep. ‘Dus doken we maandenlang onder.’ Het idee dat de chauffeurs medeverantwoordelijk waren voor het drama was ook niet zo vreemd, blijkt uit het complete verhaal dat ze nu voor het eerst willen vertellen. Vier chauffeurs en een kleine tussenhandelaar zijn ervoor naar Dakar in Senegal gekomen, waar ze op een veilige plek hun verhaal kunnen doen. Op de binnenplaats van een klein hotel in de West-Afrikaanse stad zijn ze dagenlang bevraagd door onderzoekers en een jurist van Greenpeace en daarna door de Volkskrant en NOVA.

Laconiek
Hun relaas eindigt afgelopen april, met de beschrijving van omkoping in ruil voor valse verklaringen voor Trafigura . Maar het begint met de corrupte chaos waaraan ze die bewuste augustusnacht zelf hebben meegewerkt. Daar zijn de omwonenden in Abidjan, de grootste stad van Ivoorkust, nog steeds boos over. Aan de gezondheid van die mensen hebben de meeste chauffeurs inderdaad geen moment gedacht, erkennen ze laconiek. Op een enkeling na die na één ritje afhaakte, werkten ze mee aan het uitrijden van het afval, ook zouden ze daar zelf ziek van zijn geworden. Zodra het kon probeerden ze er zelfs een slaatje uit te slaan door het spul illegaal door te verkopen als brandstof.
‘Nu weten we hoe gevaarlijk het was, maar toen niet’, zegt Anan, verontschuldigend. ‘Het leek een goed product; jammer om weg te gooien’, zegt zijn collega Mangamagni. Ook zwarthandelaar Beh zag het aanvankelijk zonnig in. Hij is kuchaman, ritselaar, en trad op als tussenhandelaar om het spul aan een garage te verkopen. Als je er een aansteker bij hield brandde het, zegt hij. Maar niet goed genoeg, want de garage weigerde er uiteindelijk voor te betalen. Wat ze overhielden liet men weglopen in een vers gegraven gat in de grond.
De meeste chauffeurs werden direct overvallen door de overweldigende stank van het afval uit de tanker Probo-Koala, vertellen ze. Daaruit begrepen ze dat het geen vuil spoelwater was, zoals hen was gezegd. Toen Anan stiekem monsters nam om de brandbaarheid te testen, leek het alsof de huid van zijn handen schroeide, zegt hij. ‘Mijn nagels verloren hun bovenste laag en ik kreeg allemaal witte vlekken op mijn hand. Tijdens het vervoer had ik tranende ogen, keelpijn en ademhalingsproblemen. Ik heb er maanden last van gehad. Een bijrijder verbrandde de huid van zijn heup toen hij morste. Maar ik dacht dat die verschijnselen tijdelijk waren.’
In totaal leverde hij ruim 60 duizend liter aan twee garages. Een collega probeerde een deel te verpatsen aan een bakkerij om de broodoven te stoken. Maar ook die transactie liep mis doordat het niet goed genoeg brandde. Uit onderzoek bleek later dat het vol zat met caustic soda, zwavelverbindingen en andere chemicaliën. Het was ‘zwart als Lipton-thee’ zegt een van de chauffeurs. Zijn collega Bakous vertelt hoe hij honderden liters per ongeluk kwijtraakte: ’Aan de onderkant van de tank zit een kunststof afsluiter. Die was ’s nachts doorgebrand door dat afval, waardoor het onder de tankauto weglekte.’
Begin 2009 is Trafigura in onderhandeling met het Britse advocatenkantoor Leigh Day over de afhandeling van de claims van slachtoffers. Het bedrijf wil daar eventueel wel voor betalen, maar alleen in combinatie met een verklaring waarin staat dat de gezondheid van mensen in Ivoorkust niet is geschaad. Uiteindelijk wordt een gezamenlijke verklaring opgesteld waarin staat dat het afval hooguit ‘tijdelijke, griepachtige verschijnselen’ teweeg heeft gebracht. De verklaringen van de vrachtwagenchauffeurs zouden dat beeld natuurlijk onderschrijven.
‘Een tussenpersoon die we papa noemen vertelde me in 2008 dat er blanken waren die me wilden spreken’, zegt Anan. ‘Het waren mensen van Trafigura en ik werd uitgenodigd om naar Parijs te komen, maar kreeg geen visum. Dus hebben ze me naar Marrakech in Marokko gebracht en later zijn vijf chauffeurs naar Burkina Faso gekomen om een verklaring te maken’
In die verklaring mochten ze alles vertellen, zegt hij. Met name ook over hun clandestiene poging het afval door te verkopen. Maar nadrukkelijk niet dat het bij henzelf voor gezondheidsproblemen had gezorgd en evenmin dat ze geld kregen om dat te verklaren. Uiteindelijk, zo was de belofte, zouden ze daar extra vorstelijk voor worden beloond. Trafigura ontkent dat die belofte is gedaan en dat de chauffeurs gevraagd iets aan hun verklaring te veranderen. Er is alleen met hen op een veilige plek buiten Ivoorkust gesproken om de objectieve gang van zaken rond het uitrijden van het afval in kaart te brengen.

Parasols
Van de ontmoeting op het terras van een hotel in Marrakech heeft Anan met zijn mobieltje een foto gemaakt. De chauffeur klapt zijn rode notebook open en laat het zien: op de achtergrond tussen de parasols staat een blanke man te bellen: de Engelse advocaat van Trafigura . Omdat hij slecht Frans sprak, verliep de bespreking via een Congolees tussenpersoon aan tafel, zegt hij. Maar de advocaat nam de beslissingen en keurde de afspraken volgens hem goed. Dat gold volgens hem ook voor de belofte dat 150 miljoen Centraal Afrikaanse Franc (CFA) – 230 duizend euro – zou worden betaald zodra de chauffeurs hun verklaring voor de rechtbank in Londen zouden hebben herhaald.
Voor negen chauffeurs zou het in totaal om bijna 2,3 miljoen euro zijn gegaan; een onwaarschijnlijk hoog bedrag. Dacht hij echt dat het bedrijf Trafigura zoveel geld zou willen betalen?
‘Wij chauffeurs hebben nooit geld gehad als schadevergoeding of gezondheidshulp’, zegt hij. ‘In het begin leek het alsof we gewoon geholpen zouden worden. Maar we begrepen al snel dat dat alleen zou gebeuren als wij ook hen zouden helpen met valse verklaringen. Dat wekte geen argwaan. De Congolese tussenpersoon zei: het geld is in verhouding veel minder dan wanneer we al die 30 duizend slachtoffers zouden moeten betalen.’
De treinreis van de groep chauffeurs naar Burkina Faso werd betaald, net als hun hotel en het bedrag dat ze voor dit uitstapje als handgeld meekregen. Na het tekenen van de verklaring in Abidjan volgde een beloning van 650 euro per persoon, deels via de bank waarvan de chauffeurs het betaalbewijs kunnen tonen. Trafigura zegt dat dit bedrag niet klopt: iedereen zou een persoonlijke vergoeding op basis van reiskosten, maaltijden en gederfde inkomsten hebben gekregen. Anan, daarentegen: ‘Het was geen onkostenvergoeding, want we hebben geen onkosten gehad. Alles werd voor ons betaald.’
Nadat de slachtofferclaim was geschikt en er dus geen rechtszaak zou komen, kregen de chauffeurs te horen dat hun verklaringen niet meer nodig waren. Dat was een tegenvaller: voor het afleggen van die verklaring in Londen was volgens hen immers veel geld beloofd. Over wat er daarna gebeurde, lopen de lezingen van Anan en Trafigura uiteen.
Volgens het bedrijf waren de chauffeurs gefrustreerd dat zij niets kregen en de ‘officiële’ slachtoffers wel. Daarop zou Anan gedreigd hebben Trafigura te chanteren door te vertellen dat zijn gezondheid wel degelijk was geschaad, en dat hij en zijn collega’s betaald waren voor de eerste verklaring. Volgens Anan heeft hij Trafigura herinnerd aan de financiële beloften die niet waren nagekomen.
Zeker is dat onderhandelingen die jongstleden april eindigden in een hotel in Abidjan, waar de chauffeurs opnieuw een verklaring tekenden en in ruil een bedrag kregen ter hoogte van twee gemiddelde Ivoriaanse jaarsalarissen: 2300 euro. Omdat men elkaar nauwelijks meer vertrouwde, zegt Anan, werd dit in baar geld afgerekend. ‘Een notaris gaf elk van ons een ballpoint; we zetten onze handtekening en ontvingen de afgesproken som van 1,5 miljoen CFA per persoon. Het geld lag voor ons op tafel, in coupures van tienduizend.’ Hij wijst een stapeltje aan van twintig centimeter hoog. ‘We wilden het zien omdat we niet meer vertrouwden dat het via de bank zou worden betaald.’
Bovendien speelde de informele leider van de chauffeurs ondertussen dubbel spel. Alle documenten: kopieën van de twee overeenkomsten met notarisstempel en handtekeningen, foto’s, opgenomen telefoongesprekken en afschriften van bankoverschrijvingen, gaf hij aan Greenpeace. Die betaalde daar niets voor, bevestigt de milieuorganisatie. Alleen hun reis en verblijf in Dakar en enkele logistieke hulpmiddelen zijn door de Greenpeace betaald.
De verklaringen en bewijsstukken zijn gebruikt als onderbouwing van de aangifte bij het Openbaar Ministerie, waarin de organisatie vraagt de mogelijke valsheid in geschrifte en beïnvloeding van getuigen te onderzoeken.
Toch lijkt het vreemd: eerst een handtekening zetten onder een document waarin staat dat er ‘geen enkele betaling heeft plaatsgevonden’. En daarna een dikke stapel bankbiljetten in ontvangst nemen. Is dat cynisme of de Afrikaanse realiteit?
‘Nee’, zegt Anan verontwaardigd. ‘Dat is de waarheid van Trafigura , niet de Afrikaanse. Wie problemen heeft, kan niet weigeren. Wie geld krijgt, heeft niet meer de moed om te schreeuwen.’
Begrijpt hij dat er mensen zullen zijn die het verhaal van hem en zijn medechauffeurs niet meer zullen geloven? Ze hebben zelf waarschijnlijk ook strafbaar gehandeld en wie twee keer liegt, kan het een derde keer ook doen. ‘Ja’, antwoordt hij. ‘Wie dat zegt, respecteer ik. Maar daarop heb ik één antwoord. Een fout kan menselijk zijn en om dat toe te geven is geen zwakte. Ieder mens heeft het recht om een balans te maken in zijn leven. Ik heb nooit echt met de leugen willen samenleven. Ik ben op z’n minst moedig.’

De namen van de chauffeurs zijn schuilnamen, op hun verzoek gebruikt om herkenning te voorkomen. De identiteit van de geciteerde chauffeurs en de tussenpersoon is bekend bij de redactie.



Weerwoord van Trafigura : ‘We dreigden te worden gechanteerd’

Door Jeroen Trommelen

Trafigura dreigde te worden gechanteerd, waardoor het bedrijf ‘aanzienlijke reputatieschade’ zou oplopen. Zodoende was de olie- en grondstoffenhandelaar, die vorig een winst boekte van 1,8 miljard dollar, afgelopen april wel gedwongen zaken te doen met negen chauffeurs die in 2006 het beruchte afval van Trafigura hadden uitgereden in Ivoorkust, zegt het bedrijf.
In een weerwoord van zestien pagina's dat maandag aan de Volkskrant en NOVA werd gestuurd na vragen over de tot dusver geheime overeenkomst, zegt het bedrijf dat de betaling aan de chauffeurs op een ‘legale en open manier is vastgelegd’.
De Ivorianen kregen elk 2300 euro. Volgens de verklaring is dat geld bedoeld ‘indien noodzakelijk, voor mijn bescherming en de bescherming van mijn gezin’.
De enige tegenprestatie die de chauffeurs leverden was het opgeven van hun anonimiteit, zegt het Engelse advocatenkantoor Macfarlanes dat de afspraak voor Trafigura regelde. Daarmee zou de veronderstelde chantagepoging zijn verijdeld. ‘Er is nooit enige genoegdoening aan de chauffeurs geboden. Dat zou verkeerd, onethisch en tegen de wet zijn geweest.’
Het weerwoord van Macfarlanes namens Trafigura op: vk.nl/ trafigura .


==================================================================

Volkskrant, 19 mei 2010:

'Ze krijgen nu hun leven zonder leugens terug'

Interview Marietta Harjono, campagneleidster van Greenpeace, over de chauffeurs van Trafigura

Door Jeroen Trommelen

De reputatie van olie- en grondstoffenhandelaar Trafigura staat weer eens onder druk en milieuorganisatie Greenpeace speelt daar dit keer een belangrijke rol in. Chauffeurs die in 2006 betrokken waren bij het vervoer van chemisch afval in Ivoorkust, namen ruim vijf maanden geleden jaar contact op met de milieuorganisatie omdat ze schoon schip wilden maken. Ze zeggen te zijn omgekocht in ruil voor valse verklaringen over hun gezondheid.
Geconfronteerd met die beschuldiging draaiden Trafigura en zijn advocatenkantoor de zaak om. Het bedrijf heeft wel betaald, maar niets verkeerd gedaan. Het is juist de aanvoerder van de chauffeurs die onbetrouwbaar was. Hij zou het miljardenbedrijf zover hebben gekregen om ‘met tegenzin’ een financiële overeenkomst te sluiten, om te voorkomen dat Trafigura door hem zou worden gechanteerd.
Marietta Harjono, campagneleidster van Greenpeace, zat er vrijwel bovenop toen de betwiste en geheime overeenkomst werd gesloten. Ze hield maandenlang intensief contact met de chauffeurs. Waarom zijn die volgens haar wel geloofwaardig en Trafigura niet?
‘We weten dat de chauffeurs in het verleden niet altijd de waarheid hebben gesproken. Maar volgens ons hebben ze dat nu wel gedaan. We hebben langere tijd contact gehad en in die hele periode hebben ze ons nooit voor het lapje gehouden. Ook niet over dingen die voor henzelf niet zo florissant zijn. Voor hen persoonlijk zit er niets in; behalve dat ze hun gewone leven zonder leugens terugkrijgen.’
In hun verklaring zit voor een deel rancune, erkent ze. ‘Men nam contact op omdat ze zich belazerd voelden door Trafigura dat hun veel heeft beloofd.’ Volgens Harjono kan Greenpeace ‘niet honderd procent’ bewijzen dat het relaas van de chauffeurs klopt. ‘Maar er is stevige grond voor het vermoeden dat ze zijn aangezet tot een valse verklaring. Dat is een strafbaar feit waarvan ik vind dat we verplicht zijn het bij het Openbaar Ministerie te rapporteren voor onderzoek.’
Dat heeft u gedaan in Nederland; niet in Ivoorkust, waar het gebeurde, of in Engeland vanwaar Trafigura wordt geleid.
‘In Nederland lopen diverse rechtszaken. Ivoorkust komt om veiligheidsreden niet in aanmerking. Het is voor de chauffeurs al heel risicovol om dit naar buiten te brengen.’
Het lijkt de makkelijkste weg. De kans dat dit door Nederland wordt vervolgd, is klein.
‘Helemaal niet. Ook in andere zaken is gebleken dat Nederland rechtsmacht heeft wanneer het gaat om een bedrijf dat hier is gevestigd. De wil moet er natuurlijk wel zijn. Als het verhaal van de chauffeurs klopt, kunnen daardoor ook rechtszaken in Nederland worden beïnvloed, onder meer van Greenpeace zelf.’
Trafigura heeft geld en buitenlandse reizen aangeboden. Greenpeace heeft de chauffeurs naar Dakar in Senegal gehaald. Waarom mag dat wel?
‘Wij moesten hun goed spreken om de zaak inhoudelijk rond krijgen. Ze hebben ook een computer mogen lenen en we hebben ervoor gezorgd dat ze niet naar een internetcafé in Abidjan hoeven om te communiceren. Het gaat ons om waarheidsvinding en er staat geen enkele belofte tegenover. De chauffeurs hebben ons benaderd. Bij Trafigura was het andersom. Zij wilden iets van hen. Tegenover ons zeggen ze zich bevrijd te voelen omdat ze op eigen initiatief en op eigen risico de waarheid willen vertellen. Wij kunnen ze daarmee helpen. Dat is het.’
Een chauffeur vertelt hij al contact had met Greenpeace voordat Trafigura de laatste keer betaalde. Hij had verwacht dat u hem zou tegenhouden. Dat gebeurde niet.
‘We waren bezig met de aangifte in Nederland en hebben uitgelegd dat we geen enkele positie konden innemen. We hebben geadviseerd contact op te nemen met hun lokale advocaat. We zijn waakhond en willen niet interveniëren in iets dat al jaren speelde. En het mocht ook niet zo aanvoelen dat ze, toen ze niet meer veilig waren in het kamp van Trafigura , ze dat wel zouden zijn in het kamp van Greenpeace. Die veiligheid kunnen en willen we simpelweg niet garanderen. We wisten ook niet wat er zou gebeuren als ze die verklaring níét zouden tekenen.’
Zure tegenstanders zouden het uitlokking kunnen noemen.
Ze pauzeert. ‘Ik heb naar beste weten gehandeld, uiteraard na overleg met onze staf. Ik vond het echt verschrikkelijk wat er gebeurde en kon aanvankelijk nauwelijks geloven dat ik getuige was van zo’n vreselijke omkoping. Ik heb geen moment gedacht: nu hebben we ze. Het was erg.’
Niettemin: zijn de chauffeurs ook daders?
‘Het zijn spijtoptanten en niet iedereen heeft dezelfde rol gespeeld. De leider van de groep heeft inderdaad samengewerkt met Trafigura . Hij zegt dat hij daar spijt van heeft. Ze hebben allemaal geld aangenomen voor valse verklaringen, en dat is mogelijk strafbaar. Maar in het totale hele plaatje is er één dader: het bedrijf dat afval heeft laten storten terwijl het wist dat het giftig was en de bevolking daar niet over heeft verteld.’

=====================================================================================




Het lijkt pure Alchemie

reconstructie van een gifdump

(Volkskrant; 19 september 2009. Door Jeroen Trommelen)

Ze denken van lood goud te kunnen maken, de mannen van Trafigura. Het is een kans die Claude, James, Leon en Naheem niet willen laten lopen. In de laatste week van december komt het koopje voorbij. Op dat moment zit de olieprijs al maanden in de lift en is goedkope grondstof voor benzine een buitenkans. Ze reageren gretig en enthousiast.
Om de hoek van hun kantoor in hartje Londen worden kerstinkopen gedaan; Marks & Spencers aan Oxford Street ligt vlakbij. Maar op de handelsdesk Trafigura’s gasoline trade wordt doorgewerkt van ‘s ochtends vroeg tot laat. Ze werken aan een échte kerstbonus. Door goedkope, slechte brandstof voor weinig kosten om te toveren tot verkoopbare benzine voor de Afrikaanse markt.
'This is as cheap as anyone can imagine and should make serious dollars’, mailt James op 27 december 2005 aan zijn collega’s. Een goedkoper aanbood bestaat volgens hem niet, en het gaat serieuze dollars opleveren. Enkele collega’s twijfelen of het praktisch allemaal wel kan. Hij niet. ‘Me and Leon want it, because each cargo should make 7m!!’.
Zeven miljoen winst per lading; het lijkt pure alchemie.
Acht maanden later eindigt die poging met het drama in Ivoorkust, waar vijftien mensen overlijden en duizenden ziek worden door de stort van door Trafigura geproduceerd chemisch afval. Maar dat is slechts een deel van het verhaal, zo blijkt uit het dossier dat De Volkskrant de afgelopen twee jaar opbouwde over de handel van Trafigura.
De reconstructie laat zien dat het bedrijf vanaf het prille begin wist dat het afval dat later in Ivoorkust zou worden gedumpt, gevaarlijk en giftig was. En dat het afval ontstond doordat het bedrijf in 2006 onwennig experimenteerde met chemische ontzwaveling van een partij waardeloze Mexicaanse brandstof – en die techniek kennelijk niet goed niet in de vingers kreeg.
Trafigura meldde niet dat al bij de eerste poging om afval af te voeren, drie werknemers van een tankbedrijf in Tunesië in het ziekenhuis terechtkwamen na de vermoedelijke inademing van het uiterst giftige zwavelwaterstof. Ook werd verzwegen dat de kapitein van de Probo Koala opdracht kreeg te liegen over de herkomst van het afval.
Ook over wat ná de dumping in Ivoorkust gebeurde, werd grotendeels gezwegen. Zoals over de opdracht aan de lokale agent van Trafigura in Abidjan om een valse nota op te maken die de indruk moest wekken dat het bedrijf 500 dollar per kubieke meter had betaald voor een milieuverantwoorde verwerking van het afval. Terwijl de rekening in werkelijkheid 35 dollar per kuub bedroeg – wat voor simpelweg dumpen al aan de hoge kant was.
Een tragische heldenrol in het verhaal is weggelegd voor brigadier De Boer van de Amsterdamse waterpolitie. De Probo Koala maakte in juli 2006 een tussenstop in Amsterdam; loste het fatale afval en eiste het daarna weer terug. De Boer bleef het bedrijf telefonisch achtervolgen totdat het een legale uitweg had gevonden om het afval kwijt te raken – op de bekende vuilnisbelt in Ivoorkust.
Uit de stukken blijkt ook dat het drama in Ivoorkust geen reden was te stoppen met de primitieve raffinagemethode en de productie van schadelijk afval die daarvan het gevolg was. De Probo Koala was maar één schip. In totaal kocht en verwerkte het bedrijf in 2006 waarschijnlijk tien tot twaalf scheepsladingen van de ‘supergoedkope’ brandstof waarvan een groot deel chemisch werd ontzwaveld.
Enkele weken na de Afrikaanse dumping opende Trafigura onderhandelingen met het kleine tankopslagbedrijf Vest Tank in Noorwegen, waar zes tot acht ladingen zouden worden verwerkt. Tot ook dát eindigt in een drama. Bij een poging het afval te neutraliseren, ontploft op 25 mei 2007 een opslagtank. Daarbij worden tonnen zwavel en zwavelverbindingen over het dorpje Sløvåg en omgeving uitgestort.

Cadereyta, Mexico, 2002
De bron van de affaire Probo Koala ligt bij de raffinaderij van het Mexicaanse staatsoliebedrijf PEMEX in Cadereyta, zo blijkt uit een vertrouwelijk verslag van de Environmental Protection Agency (EPA); de federale milieupolitie van de Verenigde Staten. Die onderzoekt in december 2006 of Trafigura in Amerika betrokken was bij overtredingen van de milieuwet.
De Mexicaanse raffinaderij, ontdekt de dienst, begon in 2002 met een nieuwe productielijn waar eigenlijk een reactor bij hoorde om de tussenproducten coker nafta en coker gasoline te ontzwavelen en het octaangehalte te verhogen. Die installatie wordt ‘voornamelijk om budgettaire redenen’ echter niet gebouwd. Hierdoor blijft de raffinaderij zitten met een grote plas laagwaardige gasoline.
Dertig maanden wordt het spul opgeslagen in elke leegstaande olie- en benzinetank die de raffinaderij kan vinden. Tot alles vol zit. Dan besluiten de Mexicanen het voor een spotprijs op de markt te brengen. De pijplijn die de raffinaderij verbindt met de haven van Brownsville in Texas, mag er niet eens voor worden gebruikt. Die mag alleen volwaardige producten vervoeren. Geen instabiele, verouderde, sterk zwavel- en silicahoudende brandstof.
Dus wordt het in tankauto’s gepompt en over de weg vervoerd naar de Verenigde Staten, waar het wordt aangeboden aan een handelaar van Trafigura. Die hapt toe vanwege de extreem lage prijs. Het is weliswaar crap en shit en high-sufur, mailt hij. Maar voor 120 cent per gallon (op dat moment de helft van de prijs van goede benzine aan de pomp) wel bloody cheap.

Londen, 28 december 2006
‘Claude heeft een afvalbedrijf en wil dat we creatief zijn’, schrijft James in Londen. Claude Dauphin is directeur en medeoprichter van Trafigura. Collega-handelaar Naeem zet in een interne nota de problemen op een rij. De goedkoopste manier om alchemie te bedrijven is een methode die het bedrijf nog nooit heeft geprobeerd en tot voor kort niet eens kende: caustic washing. Daarbij wordt de brandstof bewerkt (‘gewassen’) met chemicaliën en natronloog die een deel van het zwavel binden. Het residu zakt weg naar de bodem en kan dan als afval worden weggezogen.
Er is één probleem: het is in vrijwel alle landen verboden ‘vanwege het gevaarlijke karakter van het afval (mercaptanen, fenolen, stank)’, schrijft Naheem. Toch zal hij proberen een installatie in te huren bij TankMed in Al Skhirra in Tunesië.
Dat lukt. Maar al snel gaat het mis. Wanneer op 14 maart de smurrie met natronloog en zwavel wordt overgepompt van het Trafigura-schip Bow Prosper, gaan in Al-Skhirra de alarmbellen af vanwege een allesoverheersende stank die de adem beneemt. Er wordt zwavelwaterstof gemeten. Drie mensen worden opgenomen in het ziekenhuis, melden de notulen van de bijeenkomst over het incident met de Tunesische milieudiensten en arbeidsinspectie. Trafigura stuurt een expert om de zaak te sussen. Een ‘pr-excercitie’, erkent Naheem in interne e-mails, maar een vergeefse. De Tunesiërs hebben geen zin meer in het gevaarlijke goedje en wijzen Trafigura de deur.

Gibraltar, 15 april 2006
Vanaf dat moment is het bedrijf gedwongen iets geheel nieuws uit te proberen. Wat overal ter wereld aan de vaste wal wordt verboden, kan misschien wél plaatsvinden aan boord van een schip. Leon, hoofd van de benzinehandel bij Trafigura, mailt zijn suggestie rond: ‘Zouden we voor ongeveer vijfduizend dollar per dag geen schip kunnen nemen dat bijna gesloopt moet worden (..) en dat ergens parkeren in West Afrika? Ik weet niet hoe we de slops kwijtraken en suggereer niet dat we het moeten dumpen, maar er moet een manier zijn om iemand te betalen die het wil nemen.’
De scheepsagente van Trafigura die het leest, kan haar ogen nauwelijks geloven. Vijfduizend dollar is wel érg goedkoop, reageert ze. ‘Dit soort prijzen impliceert dat je geen verzekering wilt en het je ook niet uitmaakt of het schip zinkt.’
De Probo Koala en later ook de Probo Emu, worden gehuurd en klaargemaakt voor spoelbeurten met natronloog en een katalysatorstof genaamd ARI-100EXL. Dat gebeurt voor de kust van Gibraltar. Het afval met zwavelverbindingen wordt opgeslagen in de sloptanks van de schepen.
Maar dan? Op 15 april mailt de agent van Trafigura de kapitein van de Probo Koala dat het afval, ondanks alle eerdere problemen toch naar Al Skihrra in Tunesië moet worden gebracht. Hij instrueert te liegen over de herkomst. ‘Onthul niet, herhaal NIET, de aanwezigheid van het materiaal aan wie dan ook in Al Skhirra en meldt het simpelweg aan als waswater van (het schoonmaken van) de tanks.’

Amsterdam, 3 juli 2006
Of de poging tot afgifte in Tunesië slaagt, is niet duidelijk. De directie van het bedrijf TankMed wil er geen informatie over geven en Trafigura ook niet. Maar op 20 juni wordt contact gezocht met het Amsterdamse verwerkings- en inzamelbedrijf APS. Trafigura vraagt offerte voor het inzamelen van ruim tweehonderd ton ‘gasoline slops’ dat ‘voor een meerderheid bestaat uit water, gasoline en caustic soda’.
Met die zin wordt de indruk gewekt dat het gaat om verontreinigd spoelwater; een normaal afvalproduct van schepen die van lading moeten wisselen.
Op 3 juli wordt 260 kubieke meter gelost. Maar bij het overpompen gebeurt hetzelfde als in Tunesië. Volgens een rapport van het Nationaal Forensische Instituut worden drie mensen onwel en bellen 120 Amsterdammers de milieupolitie met stankklachten. De zwavelwaterstofmeters van personeelsleden van APS slaan letterlijk door.
Dat betekent dat zeker méér dan 100 ppm (deeltjes per miljoen) van het extreem giftig gas in de lucht heeft gezeten. Bij die hoeveelheid krijgen mensen last van hun ogen en ademhaling. Wie langer dan twee minuten 800 ppm zwavelwaterstof inademt, raakt bewusteloos en kan overlijden.
Als APS het afval nader onderzoekt, blijkt het geen standaard spoelwater te zijn. De prijs die aan Trafigura is opgegeven wordt verhoogd tot duizend euro per ton. Binnen acht uur antwoordt de Trafigura-agent dat hij het afval terug wil om door te varen naar een andere haven.
Op dat moment krijgt het verhaal zijn tragische held in de persoon van brigadier De Boer van de Waterpolitie in Amsterdam. Want Justitie en politie vertrouwen het verhaal van Trafigura niet. Gevreesd wordt dat het afval terug aan boord wordt genomen om het ergens op zee te dumpen. Zodra het schip de haven van Amsterdam heeft verlaten, blijft De Boer Trafigura hardnekkig telefonisch achtervolgen met de vraag of en wáár het afval netjes is achtergelaten.

Nigeria, 15 augustus 2006
In de haven van Lagos wordt een kleine, open scheepsbak langszij de Probo Koala gevaren. De kapitein wil zijn slops toch kwijt? Pomp maar over in de buitenlucht, is de boodschap van de Nigeriaanse handelaar. De scheepsagent in Lagos die over het incident verslag doet aan Londen, beschrijft het als een complete chaos en adviseert ermee te stoppen. Verantwoorde verwerking in Lagos is onmogelijk, zegt hij. Maar het hoofdkantoor blijft aandringen en zelfs directeur Claude Dauphin wordt geconsulteerd. ‘Dude, please call CD’, mailt Leon C. ‘I spoke to him yesterday and he said NO to any such operation in Nigeria. We go to Lome, charter a bage and bring it back to Nigeria under a different name.’
Eén operatie wordt afgelast, maar een volgende alweer opgezet: de Probo Koala moet naar Lomé in buurland Togo varen en het afval daar overladen in kleine schepen. Die moeten dan ‘onder een andere naam’ terug naar Nigeria om het kwijt te raken. Volgens Trafigura is dit trader talk; een onderling praatje van handelaren dat nooit serieus bedoeld was.
Maar dan belt op 15 augustus opnieuw brigadier De Boer van de Waterpolitie naar Naheem in Londen. Heeft hij het afval al netjes ingeleverd? En zou hij, als het zover is, een afschrift mogen ontvangen van de papieren die dat aantonen?
Vanaf dat moment lijken de Nigeriaanse scenario’s van tafel te verdwijnen en worden de onderhandeling geopend met een piepklein olie-inzamelbedrijfje in Abidjan, Ivoorkust, genaamd Tommy. Dat bedrijf heeft een bureau, een vergunning en eigen briefpapier. Maar geen schrijfmachine. Laat staan een afvalverwerkingsinstallatie.

Ivoorkust, 18 augustus 2006
In een e-mail aan haar vaste scheepsagent in Abidjan geeft Trafigura de opdracht om de afgifte van de slops te regelen met nieuwkomer Tommy. Op dezelfde dag heeft dat bedrijfje al een handgeschreven offerte klaar. Kosten voor chemische slops: 35 dollar per kuub. Gewone slops: 30 dollar.
Dat is, vergeleken met de duizend euro per kubieke meter die in Amsterdam werd gevraagd, een schitterende prijs.
Hoe Tommy het voor dit geld kan doen, is ondertussen bekend. Het bedrijf huurt twaalf tankauto’s om de vijfduizend kubieke meter stinkende drab te storten op Akwedo; de plaatselijke vuilnisbelt. Als de lokale bevolking daar vanwege de stank in opstand komt, wordt de rest geloosd in nabijgelegen sloten en putten.
De naam Akwedo staat overigens keurig op de offerte. Dat daar géén verwerkingsinstallatie staat van wat dan ook, weet iedereen in Abidjan.
De belt wordt door tientallen arme sloebers doorzocht op bruikbare rommel. Volgens een telling van de Ivoriaanse regering sterven vijftien mensen na inademing van giftige gassen.
Maar tegen die tijd is de Probo Koala alweer onderweg. En dan belt op 24 augustus opnieuw brigadier De Boer met Naheem in Londen, die na dit gesprek concludeert dat hij wel degelijk een probleem heeft: de spotgoedkope offerte van Tommy. Die maakt immers duidelijk dat van verantwoorde verwerking geen sprake kan zijn geweest.
‘Ik heb hem uitgelegd dat de slops zijn ontladen in Abidjan als chemisch afval’, mailt hij zijn collega’s. ‘Hij wil nu een kopie van de documentatie die dat aantoont en ondersteunende correspondentie en de rekening voor deze operatie. Denk eraan dat (verwerking in Amsterdam) 250 duizend dollar zou hebben gekost...’
De dag erop wordt een rekening met veel hogere bedragen besteld bij de Trafigura-vestiging in Abidjan. Met de waarschuwing dat de betrokken bedrijfjes gebeld kunnen worden ‘door Europese douanepersoneel om de feiten en kosten te controleren.’

Londen, 7 september 2006
Op dat moment had de affaire een zachte dood kunnen sterven. Maar in het het politiek instabiele Ivoorkust groeit de gifzaak plotseling uit tot een nationale kwestie en wordt de regering gedwongen tot aftreden. VN-organisaties worden te hulp geroepen en westerse media beginnen zich voor het eerst voor de affaire te interesseren. In het hoofdkantoor van Trafigura maakt men zich zorgen.
Besloten wordt een eigen team van onafhankelijke experts naar het gebied te sturen. Via Mark Aspinall, raadsman van directeur Claude Dauphin, worden technische consultants ingehuurd van het bureau Milton, Treharne & Davies. Dat levert na twee weken een rapport op met pijnlijke informatie voor Trafigura. Het bedrijf heeft geprobeerd een ‘raffinageproces op zee’ uit te voeren, constateren de experts. Dat is deels mislukt, doordat de juiste procedure alleen aan land kan worden gedaan, en vermoedelijk ook doordat een te sterke oplossing natronloog is gebruikt.
Daardoor bevatte het afval zeer veel zwavelverbindingen, waaronder het uiterst giftige zwavelwaterstof. Al die stoffen hebben tot ‘ernstige gezondheidseffecten’ kunnen leiden, concluderen ze. Van hoofdpijn tot geïrriteerde ogen tot: de dood. Trafigura houdt het rapport voor zichzelf en publiceert de conclusies niet.
Vragen over het rapport wil het bedrijf niet beantwoorden. Wel gaf Trafigura deze week voor het eerst een eigen uitleg over de giftigheid van het afval. Dat wil zeggen: de niet-giftigheid. Door de hoge pH-waarde van het afval ‘kan daarin zwavelwaterstof in moleculaire vorm nooit hebben bestaan’, stelt het bedrijf. Door de stort op de vuilnisbelt kan dat ook niet zijn veranderd. En dus kunnen de slachtoffers niet zijn doodgegaan aan het gif dat door Trafigura is gefabriceerd.

Bergen, Noorwegen, 19 september 2006
Terwijl de kwestie Probo Koala krantenkoppen blijft genereren, wordt in Noorwegen de raad van bestuur van Vest Tank bijeengeroepen voor een heuglijke mededeling. Er is een ‘buitenlandse partner’ geïnteresseerd in overname van het opslagbedrijf dat een vergunning heeft om gewone slops te verwerken en tankruimte verhuurt. De naam van de partner wordt geheim gehouden, maar blijkt drie weken later Trafigura te zijn.
Nog een week later vaart de Probo Emu binnen met een partij afval die identiek is aan die van de Probo Koala. Het bedrijf wordt klaargemaakt om het chemisch ‘wassen’ voort te zetten aan de wal. Maar directeur Jostein Berland maakt zich zorgen, blijkt uit een mail naar Trafigura.
‘Mensen in de omgeving en journalisten zullen het niet zomaar slikken dat de Probo Emu naar Vest Tank komt om afval te brengen’, schrijft hij. ‘Ze zullen denken dat het illegaal is en dat het afval giftig is.’
Zijn voorstel klinkt vertrouwd: laten we erover liegen. ‘Mijn idee is dat we vertellen dat de Probo Emu naar Noorwegen komt voor tijdelijke opslag van vloeibare lading (..) vanwege de krapte op de Europese tankermarkt.’

Abidjan, 28 september 2006
Hij ging naar Ivoorkust, zegt directeur Dauphin van Trafigura, om de regering te helpen een oplossing te vinden voor het afvaldrama. Maar dat blijkt een beoordelingsfout. Hij wordt gearresteerd, meegenomen voor verhoor en zal vijf maanden achter de tralies blijven tot zijn bedrijf een miljoenenbedrag op tafel legt.
Dauphin heeft zijn eigen onderzoeksrapport gelezen; hij werd blijkens interne mails geïnformeerd over de experimenten aan boord van de Probo Koala en werd persoonlijk geconsulteerd over de beste methode het spul kwijt te raken in Nigeria.
Onderzoeksrechter Soro Drissa: ‘Kent u het schip Probo Koala?’
Dauphin: ‘Persoonlijk, nee.’
Drissa: ‘Waaruit bestaat de zakelijke relatie tussen Trafigura en de Probo Koala?’
Dauphin: ‘Daar weet ik niets van. Pas nadat de affaire in Ivoorkust bekend is geworden, heb ik in de pers gelezen dat we een relatie hadden met dat schip.’
In februari 2007 worden de directeur en twee medewerkers vrijgelaten. In een akkoord tussen Trafigura en de president van Ivoorkust wordt vastgelegd dat het bedrijf 198 miljoen dollar zal storten waarmee onder meer de strafvervolging wordt afgekocht, blijkt uit het presidentiële document van 14 februari 2007. Trafigura blijft dit overigens ontkennen: de strafrechtelijke vervolging is in een ‘separaat traject’ gestaakt wegens gebrek aan bewijs, vindt het bedrijf.

Abidjan, 27 maart 2007
Dat de slachtoffers in Ivoorkust inderdaad zijn overleden aan zwavelwaterstof – volgens Trafigura kan dat niet aan het afval hebben gelegen – wordt op 27 maart 2007 vastgesteld door het Toxicologische Laboratorium in Abidjan. Voor de studie zijn bodemmonsters genomen op drie plekken waar Trafigura-afval is gestort; zijn dierproeven gedaan en zijn de hersenen en longen van twaalf overledenen onderzocht. Conclusie: ‘De gevonden hoeveelheden zwavelwaterstof in de ingewanden van de slachtoffers zijn abnormaal hoog, en voldoende om een dodelijke vergiftiging toe te brengen.’ Deze week bestreed Trafigura ook dit: de autopsie op de lichamen zou te laat zijn verricht en het gif zou tijdens het ontbindingsproces zijn ontstaan.

Sløvåg, 24 mei 2007
In het Noorse tankopslagbedrijf is gaandeweg 200 duizend ton coker gasoline van Trafigura chemisch gewassen en weer afgevoerd om in Afrika en elders serious money te maken. Vest Tank blijft achter met 290 kubieke meter afval vol natronloog, zwavelverbindingen, resten slechte brandstof en ontvlambare octaanverhogers die erdoor Trafigura aan zijn toegevoegd.
Volgens de Noorse milieudienst had het bedrijf geen vergunning voor het verwerken van dat afval. Men probeert het toch. Er wordt zoutzuur toegevoegd om de extreem hoge PH-waarde van het goedje te neutraliseren. Maar het mengsel blijkt explosiever dan gedacht. Een koolstoffilter in het dak van de tank ontvlamt, waarna die de lucht invliegt. En de tank ernaast ook. Het Openbaar Ministerie in Noorwegen is nog bezig met het onderzoek naar de schuldige.

Londen, 19 september 2009.
Trafigura wordt in Ivoorkust niet vervolgd en doet gewoon weer zaken in dat land.
De regio is van groot belang voor het bedrijf: in 2006 werd twintig procent van de omzet gerealiseerd in West-Afrika. Die omzet bedroeg vorig jaar 73 miljard dollar; méér dan het bruto nationaal product van Luxemburg en IJsland samen.
In Nederland worden Trafigura slechts kleine overtredingen van de milieuwet en valsheid in geschrifte ten laste gelegd. Greenpeace heeft naar aanleiding van dit nieuwe dossier het Openbaar Ministerie verzocht die aanklacht uit te breiden. Directeur Claude Dauphin staat niet meer op de Nederlandse verdachtenlijst; Naheem A. wel.
Afgelopen woensdag maakte Trafigura een nieuwe schikking bekend met ruim dertigduizend slachtoffers in Ivoorkust. De civiele zaak die namens hen in Londen wordt gevoerd is daarmee mogelijk van de baan, hoewel nog niet alle slachtoffers met de regeling hebben ingestemd.
Medehoofdrolspelers Leon C. en James M. worden door niemand vervolgd, ook al leken ze zich rond de affaire Probo Koala vooral te bekommeren om de winst en de juiste vergunningen en geen moment over mogelijke menselijke slachtoffers. ‘Me and Leon want it, because each cargo should make 7m!!’
Hoofd benzinehandel Leon C. vertrekt in juli 2008 naar de op een na grootste grondstoffenhandelaar ter wereld: Vitol. Senior handelaar James N. vertrekt ook en werkt nu voor het global oil trading team van de in Singapore geregistreerde Nobel Group. Net als vijf handelaren van Trafigura trouwens. Plus een paar oud-bankiers van Morgan Stanley.
Zij zochten een nieuwe uitdaging na de financiële crisis, zegt N., op 29 augustus tegen het persbureau Reuters.


================================================================================

Wat te doen bij juridische acties?

Kritische publicaties over het drama rond de Probo Koala zijn door Trafigura steeds bestreden met juridische acties, maar afgelopen week regende het verboden en dreigementen als confetti. Het tv-programma BBC Newsnight en het Britse dagblad The Guardian werden in een spoedprocedure voor de Londense rechter gedaagd, toen ze vragen stelden over een vertrouwelijk (en beschadigend) expertrapport dat Trafigura via een advocatenbureau had besteld.
De rechter stelde het bedrijf in het gelijk. Het rapport zou deel uitmaken van de vertrouwelijke sfeer tussen cliënt en advocaat. Het was zelfs verboden om er aan te refereren of uit te citeren.
De Volkskrant wordt sinds 2007 door juristen van Trafigura beschuldigd van het verspreiden van onjuiste informatie en van smaad. Bij drie artikelen gebeurde dat achteraf. Bij artikelen die op 17 en 19 september verschenen zefs vooraf, na het indienen van vijftien vragen over het dossier. Advocaat M. A. de Kemp sommeerde af te zien van publicatie. De krant gaat volgens hem ‘onzorgvuldig om met feiten’. Ook dreigde hij aangifte te doen van heling; niet alleen tegen de krant maar ook tegen de auteur persoonlijk. Geen van de vijftien vragen werd echter beantwoord.
Ook het Noorse televisiestation NRK werd gesommeerd af te zien van publicatie, maar trok zich daar (net als de Volkskrant) niets van aan. Eerder werden Estse en Afrikaanse journalisten bedreigd met juridische claims en werd tegen NRK een klacht ingediend bij de Noorse persraad – die werd verworpen. Greenpeace werd in 2007 aangeschreven over het ‘losgeld’ dat het bedrijf in Ivoorkust had betaald. Dat was volgens het bedrijf onjuist, maar Greenpeace hield eraan vast.
Om het hoofd te bieden aan het juridisch spervuur van Trafigura en om het journalistieke dossier zo compleet mogelijk te krijgen, besloten de Volkskrant, BBC, The Guardian en NRK deze zomer tot samenwerking; ook met Greenpeace en Amnesty international die de Trafigura affaire kritisch volgen als belangenorganisatie. Bronmateriaal werd onderling gedeeld en zonodig opnieuw gecheckt. Uiteindelijk stelde iedereen zijn eigen onderzoeksvragen en trok zelf conclusies.
Voor de uiteindelijke reconstructie sprak de Volkskrant met veel betrokkenen en werd inzage verkregen in tientallen documenten uit Nederland, Noorwegen, Engeland, Tunesië, de Verenigde Staten en Ivoorkust.

Wie meer kwijt wil over Trafigura mailt vertrouwelijk naar: jtro@volkskrant.nl